St. Artinfuse
Bleiswijkstraat 46
3035 TL ROTTERDAM
010-2439496
info@artinfuse.com

Introductie door Hugo Bongers / Introduction by Hugo Bongers

Beeldende kunst in de openbare ruimte is van alle tijden en van alle plaatsen. In het oude Griekenland en in het Romeinse rijk werden tempels ruim voorzien van beelden. Ook onze Middeleeuwse kathedralen werden binnen en buiten uitbundig versierd met beelden en glas-in-loodramen. Van alle tijden zijn ook de ruiterstandbeelden en beelden van monarchen. We plaatsen graag herinneringen aan de grote helden van politiek, leger en het rijk der letteren op onze openbare pleinen en straten. In Rotterdam verschenen na Erasmus beelden ter nagedachtenis van Van Oldenbarnevelt, Van Hogendorp, Pim Fortuyn en Karel Doorman. En laten we Tollens in het Park niet vergeten. Maar ook beelden die een minder letterlijke verwijzing naar de geschiedenis vormen en een meer symbolisch karakter hebben werden in het stadsbeeld geplaatst. De Maagd van Holland bijvoorbeeld kreeg een plekje op de Nieuwemarkt en op verschillende plaatsen in de stad verrezen monumenten die aan de oorlog, het verzet en de bevrijding herinneren. Langzamerhand nemen meer symbolische beelden de plaats in van in brons gegoten zittende en staande helden der geschiedenis.

Het is voor een beeld niet makkelijk om een ‘buitenbeeld’ te zijn. Zo’n beeld moet immers concurreren met talloze andere signalen die in het publieke domein op de voorbijganger worden afgevuurd. Het beeld staat meestal aan een verkeersroute, tussen lantarenpalen, voor reclameborden. Soms moet het beeld concurreren met opvallende architectuur waar het tussen of voor staat. De directe omgeving van het beeld geeft ook weinig tot geen informatie over zijn betekenis. In een museum is een kunstwerk omringd door andere kunstwerken en er hangt op z’n minst een titelkaartje bij. In de publieke ruimte moet een beeld het helemaal alleen redden, uitsluitend op zijn uitstraling, op zijn kwaliteit als beeld tout court. De context van het beeld draagt veelal niet bij tot zijn betekenis, tot zijn begrip. Daarom redden alleen sterke beelden het in de buitenruimte.

Toch zijn buitenbeelden van groot belang. Het is de enige vorm van kunst die altijd en voor iedereen zichtbaar is. Buitenbeelden zijn drempelloos. Buitenbeelden dragen bij aan de identiteit van de stad, maar ook aan die van de desbetreffende plek. Een beeld in de openbare ruimte geeft die ruimte een eigen kleur, voegt een extra betekenis toe, maakt een plek onderscheidend. Je kunt er afspreken, of er naar verwijzen, het beeld gebruiken als markeringspunt in een route.

Rotterdam is een beeldenstad. We hebben enkele honderden vrijstaande beelden, naast wandreliëfs en andere gebouwgebonden kunstwerken. In Rotterdam wordt zorgvuldig nagedacht over een goede plaats voor de vrijstaande beelden. Overleg met de gemeente, de deelgemeente, met verkeersexperts en gebouwbeheerders is standaard. Het Centrum Beeldende Kunst begeleidt de kunstenaars en opdrachtgevers nauwkeurig en ondersteunt het vergunningentraject. Af en toe verdwijnt er een beeld, omdat het versleten is of omdat er op een bepaalde plek iets anders moet gebeuren. Maar de meeste beelden staan langdurig en rustig op de plek die met precisie voor ze is uitgezocht. Voor bewoners en passanten gaat het beeld bij die plek horen en krijgt het langzaam maar zeker steeds meer betekenis.

De kunstenaars Alexander Wechgelaar en Barbara Jean ontwierpen een zuil (paal boven water) en een (statie)trap op een plaats die op dit moment nog weinig eigen kwaliteiten heeft. De bocht in de rivier langs de invalsweg van Rotterdam levert spectaculaire beelden op van de Rotterdamse architectuur, maar los van die architectuur is de plek saai en betekenisloos. Zuil en trap voegen nieuwe betekenissen toe aan deze plek, ze geven die als het ware een nieuwe ‘geest’, een genius loci. De trap is een statietrap en verwijst naar de eeuwige opdracht van de mens om vooruit en omhoog te gaan, om de weg naar het licht in te slaan. De trap is voorzien van inscripties, van lettertekens. Niet van een bepaalde taal maar van schriftuur in het algemeen, aldus verwijzend naar alle mogelijke schrifturen van de wereld. De zuil markeert de plek op deze dijk aan de rivier. De zuil is gemaakt van een marmer waarvan de stamboom teruggaat naar het kunstwerk in het vroegere gebouw van de Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag. Nu siert dit marmer een zuil die tezamen met de trap hemel en aarde met elkaar verbindt. Aan deze met zorg uitgekozen plek aan de Maas, nabij het gebouw van Rietveld c.s. dat als teken van verzoening door de Duitse evangelische kerken aan Rotterdam werd aangeboden, wordt nu een beeld toegevoegd met een grote symbolische functie. Een beeld op een plek Rotterdam waardig.

Hugo Bongers
Secretaris van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur en lector aan de Willem de Kooning Academie Rotterdam 



Visual art in the public space is of all ages and places. In ancient Greece and in the Roman Empire temples were generously furnished with statues. Our Mediaeval cathedrals were also abundantly decorated within and without with statues and stained glass windows. Equestrian statues and statues of monarchs are of all times as well. We gladly place statues honoring great political heroes, the military and those from the realm of literature on our public squares and streets. In Rotterdam, after Erasmus statues in memory of Van Oldenbarnevelt, Van Hogendorp, Pim Fortuyn and Karel Doorman appeared. Not to mention Tollens in the Park. Statues referring less literally to history but with a more symbolic character were also placed in the city’s public space. The Maagd of Holland ‘Virgin of Holland’ for example received a place at the New Market and at various locations in the city monuments commemorating the Second World War, as well as resistance and liberty appeared. Gradually sculptures of a more symbolic nature are taking the place of the bronze seated or standing heroes of the past.

It is not easy for a sculpture to be an ‘outdoor sculpture’. Such a sculpture has to compete with numerous other signals in the public domain fired off at and vying for the attention of the passerby. The sculpture is usually located on a traffic route, in-between lamp-posts, in front of billboards. Sometimes the sculpture has to compete with striking architecture, placed in-between or in front of. The immediate surroundings provides little if any information as to the meaning. In an art museum an artwork is surrounded by other artworks where at the least there is a name-plate. In the public space a work has to fend for itself, exclusively on its emanation, on its quality as a sculpture tout court. The context of the sculpture doesn’t generally contribute to understanding it, its meaning. Therefore only strong sculptures survive in the public domain.

Nevertheless, outdoor sculptures are of great importance. It is the only art form that is always visible for everyone. Accessible, no thresholds. Outdoor works contribute to the identity of the city, but also to the designated place itself. A sculpture in public space gives the space a specific color, adds an extra dimension, distinguishes it from other places. You can make appointments there, refer to it, use the sculpture as a marking point in a route.

Rotterdam is a city of sculptures. We have several hundreds of free-standing statues, along with wall relief’s and other building related artworks. Serious consideration is given as to the appropriate place for such free-standing sculptures. Consultations with the town, the borough, with traffic experts and building managers is the norm. The Center for Visual Arts closely assists the artists and commissioners and supports the license procedures. Occasionally a statue is removed, due to wear or because something else is slated for a specific place. But most of the sculptures remain standing long and peacefully at the spot that was precisely chosen for them. For inhabitants as well as passers-by the sculpture begins to belong to the space and slowly but surely acquires more significance.

The artists Alexander Wechgelaar and Barbara Jean designed a column (paal boven water) and stairs (statietrap) for a location that has very little quality at this moment. The bend in the river along the entrance road to Rotterdam offers spectacular images of Rotterdam’s architecture, but apart from that the spot itself is dull and meaningless. Column and stairs add new meaning to this place, they give it as it were a new ‘spirit’, a genius loci. The stairs are stately and refer to the perpetual mission of man to go forward and upwards on the path towards light. In the stairs are inscriptions, of writing characters. Not from one specific language but language in general, thus referring to all possible writings of the world. The column is made of marble of which the origin dates back to the artwork in the former Supreme Court of the Netherlands in The Hague. The column marks the spot on this dyke at the river. Now this marble adorns a column which together with the steps unites heaven and earth with one another. At this carefully chosen location by the Maas river, nearby c.s. the Rietveld building which was presented to Rotterdam as a sign of reconciliation by the German evangelical churches, now an artwork will be added with a great symbolic function. A sculpture at a worthy Rotterdam place.

Hugo Bongers
Secretary for the Rotterdam Council of Art and Culture and lector at the Willem de Kooning Academy Rotterdam